Wie begint? De bull-off en de beurt
Bij individuele wedstrijden gooien jullie voor de bull: ieder één dart, en wie het dichtst bij de bull zit, begint. Bij teamwedstrijden toss je, bijvoorbeeld met een munt. De winnaar begint de eerste leg en alle oneven legs; de verliezer de tweede, de vierde en zo verder.
Tossen of voor de bull gooien
Wie een leg begint, gooit als eerste op de finish, en dat is een voordeel. Daarom ligt vast hoe je bepaalt wie begint. Bij teamwedstrijden tossen jullie, bijvoorbeeld met een munt. Bij individuele toernooien gooien jullie voor de bull. Het reglement van het toernooi of de competitie zegt welke van de twee geldt.
De winnaar van de toss of de bull-off begint de eerste leg en alle oneven legs van de partij: de eerste, de derde, de vijfde. De verliezer begint de tweede, de vierde en zo verder. Hebben jullie bij een teamwedstrijd vooraf getost, dan gooien jullie bij een gelijke stand vóór de beslissende leg alsnog voor de bull. Zo krijgt niemand de beslissende leg cadeau.
De bull-off, stap voor stap
- De speler die de eerste leg van de partij begon, gooit als eerste voor de bull. Bij de allereerste bull-off bepaalt de wedstrijdleiding of een munt wie eerst gooit.
- Je gooit één dart. Blijft hij niet in het bord zitten, dan gooi je opnieuw, tot er een dart geldig in het bord zit.
- Zit je dart in de 25 of in de 50, dan haalt de scheidsrechter hem, na controle, uit het bord voordat de ander gooit. Zo blokkeert hij de bull niet.
- Zit je dart buiten de 25 en de 50, dan blijft hij in het bord zitten. Zo kan de scheidsrechter straks vergelijken.
- Daarna gooit de ander één dart, onder dezelfde regels.
- De scheidsrechter wijst de eerste beurt toe aan de speler van wie de dart het dichtst bij de bull zit.
- Zitten beide darts in de 25 of allebei in de 50, of zitten ze volgens de scheidsrechter even ver van de bull, dan gooien jullie opnieuw, maar in omgekeerde volgorde. Dat herhaalt zich tot er een beslissing is.

Zit er een dart in het bord die de bull blokkeert, dan mag je de scheidsrechter vragen die dart recht te zetten. Hij zet zijn vinger onder de dart, haalt hem uit het bord en steekt hem op precies dezelfde plek recht terug. Zelf aan een dart komen doe je niet.
Oefendarts
Voor een partij begint, mag je op het toegewezen wedstrijdbord ingooien: hooguit 9 oefendarts, tenzij het toernooi iets anders zegt. Is het evenement eenmaal begonnen, dan gooi je alleen nog in op de borden die daarvoor zijn aangewezen, niet op een bord waar een wedstrijd op gespeeld wordt. De wereldbond is krapper: daar zijn het 6 oefendarts, en bij uitzondering 9.
De worp
Elke dart gooi je los, één voor één, in de richting van het bord. Een dart die terugkomt van het bord of eruit valt, gooi je niet opnieuw: die beurt mist dan een dart. Raak je een dart aan die in het bord zit, dan beschouwt het reglement je beurt als compleet. De score wordt dan afgeroepen en geschreven, hoeveel darts je ook gegooid hebt. Wie na twee darts even een scheve dart wil rechtzetten, levert dus zijn derde dart in.
De voeten en de oche
Tijdens de wedstrijd raak je de bovenkant van de oche niet aan en gooi je geen dart met je voeten ergens anders dan achter de oche. Wil je vanaf de zijkant gooien, dan houd je je voeten achter de denkbeeldige lijn in het verlengde van de oche. Je mag dus naast de oche staan, zolang je maar niet verder naar voren staat dan de achterkant ervan. Overtreed je dat, dan waarschuwt de scheidsrechter je eerst. Elke dart die je daarna gooit terwijl je voeten nog verkeerd staan, telt niet.
Pauzes, drinken en oortjes
Gaan je darts tijdens de wedstrijd kapot of raak je ze kwijt, dan heb je hooguit 3 minuten om ze te repareren of te vervangen. Moet je dringend weg van de baan, dan vraag je dat aan de scheidsrechter, en die kan je hooguit 5 minuten geven. Op de baan wordt niet gegeten en niet gedronken, de enige uitzondering is water uit een flesje dat je in de locatie hebt gekocht. Tijdens de wedstrijd draag je geen koptelefoon, geen oortjes en geen hoofddeksel, tenzij om medische of religieuze redenen.
Situaties aan de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Jouw dart zit in de 25, die van je tegenstander in de bull. Wie begint?
Je tegenstander. Wie het dichtst bij de bull zit, begint, en de bull zit er dichter bij dan de 25.
Allebei de darts zitten in de 25. Wat nu?
Jullie gooien opnieuw, maar in omgekeerde volgorde. Dat herhaalt zich tot er een beslissing is.
Na twee darts raak je een dart in het bord aan om hem recht te zetten.
Je beurt is compleet. De score wordt afgeroepen en geschreven, en je derde dart ben je kwijt.
Veelgestelde vragen over de bull-off
Hoeveel oefendarts mag je gooien?
Bij de NDB hooguit 9, op het toegewezen wedstrijdbord en vóór de partij begint. De wereldbond WDF is krapper: 6, en bij uitzondering 9.
Wie begint de tweede leg?
De verliezer van de toss of de bull-off. De winnaar begint alle oneven legs, de verliezer alle even legs.
Mag je naast de oche gooien?
Ja, zolang je voeten achter de denkbeeldige lijn in het verlengde van de oche blijven.
Wat als een dart terugkaatst of uit het bord valt?
Dan telt hij niet en gooi je hem niet opnieuw: die beurt mist een dart.
Hoe lang heb je om een kapotte dart te vervangen?
Hooguit 3 minuten. Lukt dat niet, dan verlies je de wedstrijd.